(to) be

Uitleg
  • Het werkwoord (to) be betekent zijn.
  • Je moet de rijtjes uit je hoofd leren. Je moet dus bijvoorbeeld weten dat you in de tegenwoordige tijd (present) are krijgt en dat they in de verleden tijd (past) were krijgt.
  • In de tegenwoordige tijd (present) mag je ook korte vormen gebruiken. Bijvoorbeeld: she’s in plaats van she is.

Oefeningen (to) be (present)
Oefening 1
Oefening 2

Oefeningen (to) be (past)
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3

Zie ook: