Bezittelijke voornaamwoorden 2

Uitleg
Je kunt op twee manieren zeggen dat iets van iemand is:
  1. Dit is mijn fiets, dat is jouw fiets.
  2. Deze fiets is van mij / de mijne. Die fiets is van jou / de jouwe.
In het Engels ziet dit er zo uit:
  1. This is my bike, that is your bike.
  2. This bike is mine. That bike is yours.
Kijk op het blauwe overzicht op deze pagina.
  • Het linker rijtje betekent dus mijn, jouw, zijn….
  • Het rechter rijtje betekent dus van mij / de mijne, van jou / de jouwe…
Daarnaast moet je begrijpen dat als je het over the president hebt, je his / his gebruikt en dat je bij Susan and Frank theirtheirs gebruikt.

Oefeningen
Oefening 1 (Meerkeuze)
Oefening 2 (Meerkeuze)
Oefening 3 (Meerkeuze)
Oefening 4 (Meerkeuze)
Oefening 5 (typ mine, yours, ours…)
Oefening 6 (typ my/mine, your/yours…)